Beleid

·         De club is een toerclub, geen raceclub. Veiligheid staat voorop!

·         Wij huldigen het principe “samen uit, samen thuis”.

·         Wij streven naar het toerfietsen op verschillende niveaus, voor plezier en veiligheid van de clubleden. Kies daarom de juiste groep passend bij je fietsconditie.

·         Voor elke groep is een programma vastgesteld voor het wegseizoen. Het programma vermeldt de datum, vertrektijd, route en  afstand.

·         In elke groep is een wegkapitein aangesteld die als belangrijkste taak heeft om de groep op een plezierige en veilige manier te begeleiden. De wegkapitein (met fluit) bepaalt het tempo en de route van de verenigingstochten. Clubleden zijn verplicht om de aanwijzingen van de wegkapitein op te volgen.

·         Wij willen het toerfietsen als sport en/of als recreatie bevorderen. Laat geen afval achter.

·         Zorg dat je altijd jouw persoonlijke gegevens (identificatie) bij je hebt.

 

Gedragsregels

·         Houd je aan de verkeersregels en houd zichtbaar rekening met anderen in het verkeer.
Je blijft verantwoordelijk voor jouw eigen (rij)gedrag.

·         In het algemeen: des te groter de groep, des te strakker de regels.

·         Het tempo wordt zodanig aangepast, dat voor iedereen in de  groep het tempo goed te volgen is (mits men regelmatig komt en met de juiste groep meegaat).

·         Sportief is: de minderen ‘uit de wind’ zetten.

·         Rijden in groepsverband is, bij voldoende ruimte, twee aan twee naast elkaar. Niet schuin achter elkaar, want dit verstoort het gelid en doet afbreuk aan de veiligheid.

·         Bij onvoldoende ruimte wordt achter elkaar gefietst.

·         De eerste 5 km tot 10 km wordt gebruikt om ‘in te rijden’.

·         Waarschuw bij lekke band (teken LEK) of ander materiaalpech eerst luid en duidelijk. Laat je vervolgens geleidelijk afzakken en stap aan de rechterkant van de weg af.

·         Help elkaar en houdt in alle gevallen de weg of het fietspad vrij voor het overige verkeer.

 

Veiligheidsregels

·         Het dragen van een helm is verplicht.

·         Wij streven naar een maximale groepsgrootte van 20 fietsers. Eventueel wordt de groep gesplitst in 2 groepen.

·         Zorg er voor dat je fiets technisch in orde is.

·         Waarschuwen van andere weggebruikers bij inhalen: op kop wordt er gebeld (iedereen moet een bel hebben) en er wordt aangegeven dat er een groep komt. De laatste geeft aan dat de groep voorbij is. Ga niet allemaal bellen en/of roepen.

·         Zorg in het donker en bij schemer voor verlichting.

·         Het gedrag van de voorste rijders is bepalend voor de veiligheid.

·         Binnen de bebouwde kom, op smalle fietspaden, of fietspaden met obstakels, etc.  rijden met aangepaste snelheid.

·         Rem altijd met beleid (niet abrupt!).

·         Bij splitsingen of scherpe bochten nemen de voorste rijders tijdig snelheid terug. Vervolgens wordt rustig het tempo verhoogd. Niet meteen “in de beugel”.

·         Bij beklimmingen wordt boven op elkaar gewacht.

·         Fiets in de groep altijd met de handen aan het stuur.

·         Telefoneren, fotograferen, etc. in de groep is verboden. Laat je dan afzakken.

·         Eten of drinken bij voorkeur achter in de groep.

 

Tekens in de groep

·         De voorste fietsers geven waarschuwingssignalen af naar de rijders achter in de groep om gevaren en obstakels aan te duiden.

·         Ieder achter rijdend groepslid moet het waarschuwingssignaal overnemen en op dezelfde wijze doorgeven aan diegenen die weer achter hem of haar rijden.

·         Stopteken voor de groep is een RECHTOP GESTOKEN ARM. Bij het oversteken van wegen of kruisingen geldt eerst het stopteken en als er dringend gestopt moet worden, de uitroep: “STOPPEN”!

·         Indien de gehele groep door kan volgt de roep: “VRIJ”!

·         Zowel bij rechtsaf of linksaf slaan wordt duidelijk en tijdig richting aangegeven, de wegkapitein geeft eenmaal een fluitsignaal voor LINKSAF en tweemaal een fluitsignaal voor RECHTSAF. De voorste rijders ondersteunen dit signaal door het uitsteken van respectievelijk de linkerarm of de rechterarm.

·         Geen fluitsignaal betekent RECHTDOOR. Bij twijfel over de richting rustig rechtdoor rijden (indien mogelijk).

·         Bij linksaf slaan, kijkt de laatste man in de groep over zijn linkerschouder of dit voor de gehele groep veilig kan.

·         Naderende tegenliggers worden aangegeven met de LINKERARM ACHTERWAARTS, waarbij een naar binnen gerichte beweging wordt gemaakt. Voor in de groep wordt gewaarschuwd: “(AUTO/MOTOR/..) TEGEN”!

·         Verkeersdeelnemers die we met de groep willen inhalen worden aangegeven met de RECHTERARM ACHTERWAARTS, waarbij een naar binnen gerichte beweging wordt gemaakt. Voor in de groep wordt gewaarschuwd: “(FIETSER/VOETGANGER/..) VOOR”!

·         Als verkeer de groep van achter wil inhalen wordt achter uit de groep gewaarschuwd: “(AUTO/MOTOR/..) ACHTER”!

·         Obstakels of hindernissen worden aangegeven door met de RECHTERARM / LINKERARM te wijzen. Voor in de groep wordt er gewaarschuwd: “PAALTJE/GAT/GRIND/..”.

·         Indien achter elkaar gereden dient te worden roepen de voorste rijders “RITSEN”. Bij het ritsen schuift de linkse rijder voor de rechtse rijder. De rechtse rijder maakt hiervoor ruimte door in te houden (niet remmen).

·         Wanneer er te hard wordt gereden, dan geeft men de waarschuwing “DIMMEN”.

·         Bij problemen roepen wij “LEK”.

·         Bij het wisselen van rij en/of tussenvoegen dient vooraf een duidelijk signaal (handgebaar) gegeven te worden.

·         Vertrouw niet blindelings op een ander, maar blijf zelf opletten.